We are family

Een basisschool in een goede buurt van een grote stad. Tot ieders verbijstering is er een incident geweest met een mes. Tijdens een potje voetballen op het schoolplein, ná schooltijd. Met kinderen van groep 6 tot groep 8. De jongen van het mes heeft zich na het incident uit de voeten gemaakt. Een paar van de andere kinderen, geschrokken, melden het aan de juf die er nog is. School wil niet onmiddellijk met een beschuldigende vinger wijzen en houdt zich op de vlakte. De jongen ontkent.

Gemoederen lopen hoog op
In de weken na dit incident gebeurt er van alles. De ouders van de kinderen die op het schoolplein speelden roeren zich. Waarom doet ‘school’ niks? Waarom is er geen aandacht voor de ‘slachtoffers’? De gemoederen lopen zo hoog op dat de directeur een mediator inschakelt om de gesprekken tussen ouders en school te begeleiden.

In die gesprekken wordt de kloof zichtbaar tussen de ouders – die niet weten wát ‘school’ doet en daarom denken dat school niets doet, die denken dat ‘school’ de ‘dader’ de hand boven het hoofd houdt –  en school (vertegenwoordigd door directeur en IB’er) die al weken door dit incident worden geclaimd, voor hun gevoel met niets anders meer bezig kunnen zijn en die zich wanhopig afvragen wanneer de ouders eens ophouden hun onmogelijke eisen te stellen. Schoorvoetend komt er aan beide kanten wat ruimte om ook de pijn en moeite van de andere kant te zien. De mediator is getuige van dit aarzelende herstel en denkt – maar hoe zit het nu eigenlijk met de kinderen die dit hebben meegemaakt? Hoe is het voor hún? Eén van de kinderen durft sinds het incident niet meer naar school; dat is nu drie weken geleden. Is herstel tussen de kinderen niet nog belangrijker? Zij stelt daarom een herstelcirkel tussen de kinderen voor. School gaat akkoord.

Een herstelcirkel wordt als het even kan door twee personen begeleid.  Omdat het veel vraagt om zowel de uitwisseling te begeleiden als de cirkel te ‘dragen’ – Holding Space, zoals dat zo mooi heet in het Engels. De mediator vraagt daarom een ervaren collega om de herstelcirkel te begeleiden en schuift zelf aan als co-begeleider.

De herstelcirkel begint met voorcirkels: gesprekjes over de gebeurtenis met de direct betrokkenen, individueel of in groepjes. In de voorcirkel gaan we met elke betrokkene op zoek naar de gevolgen van de gebeurtenis voor die persoon. Is er iets beschadigd of verloren gegaan? Materieel of immaterieel (bijvoorbeeld veiligheid, vertrouwen)? Wat is er nodig om de schade te herstellen? Wat wil je dat de ander van jou begrijpt, wat wil je van die ander begrijpen?

We leggen uit hoe de herstelcirkel verder gaat; vragen wie er nog meer nodig zijn én checken nog een keer of deelname vrijwillig is. In dit geval vertelde één van de kinderen dat hij eigenlijk niet mee wil doen met de herstelcirkel. Dat respecteren we.

Sfeer was niet top
In de voorcirkels komen verschillende dingen naar voren: de kinderen zijn het er eigenlijk wel over eens dat de sfeer niet top was tijdens het potje voetbal. De teams waren niet eerlijk verdeeld en de jongen van het mes werd best wel getreiterd. Ook uiten de kinderen de behoefte om te snappen waarom hij het nou deed? En of hij het weer zou kunnen doen? Dat willen ze hem eigenlijk wel gewoon vragen. De jongen van het mes verzucht dat hij eigenlijk al meteen nadat hij met het mes had gedreigd, wist dat hij iets ontzettend stoms had gedaan. Daarom was hij onmiddellijk gevlucht. Hij was zó bang voor de consequenties die het zou kunnen hebben – bijvoorbeeld dat de middelbare school waar hij naartoe wilde hem zou weigeren – dat hij ontkende wat er gebeurd was. Maar na een paar dagen snapte hij dat dat niet vol te houden was en had hij alsnog bekend. Hij had inmiddels zwaar de consequenties ervaren: eindeloos veel gesprekken, onder andere met de politie, na schooltijd niet meer op het schoolplein mogen blijven, elke dag zijn jas en tas moeten laten controleren, kinderen die hem vermeden, achter zijn rug om gefluister, enzovoort. Hij had ontzettende spijt en wilde erg graag aan de andere kinderen vertellen dat hij écht niet zo stom zou zijn om zoiets nog een keer te doen.

De dag na de voorcirkels hebben we meteen de herstelcirkel georganiseerd. In de herstelcirkel krijgen alle kinderen de kans om iets te zeggen op de drie vragen die we altijd gebruiken:

  • Wat wil je vertellen (en aan wie) over hoe het nu met je is, na de gebeurtenis?
  • Wat wil je vertellen (en aan wie) over wat maakte dat je deed wat je deed?
  • Wat willen jullie dat er nu gebeurt? Of wat is er nodig om samen verder te kunnen?

Werken met de praatstok
We werkten met een praatstok (soms een praatknuffel). Degene die de praatstok heeft mag praten, de rest luistert. 

We lezen de vraag op. Wie wil beginnen met iets zeggen, mag de stok pakken en vandaaruit gaat de stok naar rechts of links. Je mag iets zeggen of de stok doorgeven. Per vraag gaat de stok twee keer rond (plus eventueel nog een laatste kans).

Na een paar rondjes met de praatstok beginnen de kinderen te protesteren tegen de praatstok. Ze vinden het maar lastig. Ze willen gewoon met elkaar in gesprék, zeggen ze.

We vragen hoe ze er dan voor kunnen zorgen dat er maar één iemand tegelijk praat, zodat ze elkaar goed kunnen horen. Omdat het juist zo belangrijk is om het verhaal van de anderen te horen, het verhaal dat je nog níet kent. Ze beslissen dat degene die praat steeds bepaalt wie er daarna aan de beurt is. Zo gezegd, zo gedaan. Het werkt heel goed.

Als alles op de eerste twee vragen is gezegd, volgt vraag 3: Wat willen jullie dat er nu gebeurt? Of: Wat is er nodig om samen verder te kunnen?

De jongen die sinds het incident niet meer op school is geweest, zegt dat hij eigenlijk pas verder kan als hij echt persoonlijk van de jongen met het mes gehoord heeft dat het hem spijt. We besluiten dat gesprek ter plekke te organiseren. Moet er een begeleider bij zijn? Nee, dat hoeft niet. Hij wil gewoon face-to-face met de andere jongen zitten. Het is voldoende als één van de andere kinderen erbij is. Wij laten ze met zijn drieën in de ruimte. Na een paar minuutjes komen ze ons halen. Het is geklaard. Nu kunnen ze overgaan tot het maken van de afspraken. Eén van de kinderen neemt het op zich om de afspraken op te schrijven.

Afspraken maken
Een greep uit de afspraken:

  • De kinderen spreken af dat ze niet meer raar zullen doen tegen ‘x’. Ze willen ook tegen andere kinderen en andere groepen zeggen dat ze niet raar meer moeten doen. Ze zullen met die boodschap bij verschillende groepen en hun juffen langsgaan.
  • De kinderen willen dat ‘x’ (de jongen met het mes) weer aan alle schoolactiviteiten mag meedoen, met name die van groep 8.
  • Het individuele gesprekje tussen ‘x’ en ‘y’ (de jongen die drie weken had verzuimd).
  • Alle controlerende en strafmaatregelen schrappen. Allen dagelijks jas en tas van ‘x’ checken nog tot de meivakantie.
  • School vertellen dat het beter was geweest als zij duidelijk hadden laten weten welke maatregelen zij hadden genomen naar aanleiding van het mesincident.

Als de afspraken zijn opgeschreven, zien de kinderen de directeur over het schoolplein lopen. Ze roepen haar er meteen bij en lezen de afspraken voor. De directeur weet niet wat ze ziet. Hoe deze kinderen, die die ochtend elkaar nog meden als de pest en zich ongemakkelijk door school bewogen, zo eensgezind hun afspraken presenteren.

We melden dat we over een week of twee weer langskomen voor de ‘na-cirkel’. Om te horen hoe het dan met ze is. Om te horen of de afspraken voor hen werken en opleveren wat ze hoopten dat die zouden opleveren.

De na-cirkel
Twee weken later zijn we weer op school voor de ‘na-cirkel’. De kinderen komen ontspannen binnen. Er is veel minder adrenaline dan de vorige keer met de cirkel.

Op de vaste na-cirkelvraag hoe het nu met ze is, na de cirkel en het maken van de afspraken, zijn de antwoorden totaal eenduidig: goed, het is weer normaal, het moet nu écht maar eens klaar zijn hoor, ze hebben geen zin om er maar gesprekken over te moeten voeren, zonde van hun tijd. Het is in een mum van tijd voorbij. We vragen hoe ze willen afronden. Dat weten ze meteen: in een cirkel, handen vast en vervolgens handen in de lucht terwijl ze roepen ‘WE ARE FAMILY!’ en ze stormen gezamenlijk het lokaal uit.

De dag na de na-cirkel, informeert de directeur de ouders over de afronding van het herstelcirkelproces. Ze sluit af met de zin “We zijn blij om te zien dat de kinderen op school weer veel plezier hebben met elkaar.” 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *