Casus uit de onderwijspraktijk: Als een leerling ander onderwijs nodig heeft

Ouders willen goed onderwijs voor hun kinderen, dat is logisch. Een goede opleiding wordt vaak gezien als een sleutel voor een goede toekomst. Er zijn kinderen voor wie het reguliere basisonderwijs niet de beste plek is om te leren. Leerkrachten en directeuren van basisscholen zien dat gewoonlijk al vrij snel. School kan in bepaalde gevallen in overleg met de ouders extra ondersteuning inzetten om een leerling te helpen. Maar, ook dat helpt niet alle leerlingen. Soms is het nodig dat met de ouders naar een andere school wordt uitgezien voor hun kind. Op dit kruispunt kan het misgaan.

Kant van de ouders

Sommige ouders vinden het heel lastig als hun kind een andere school nodig heeft dan de kinderen uit de straat. Sommige ouders verwijten de school dat die niet voldoende voor hun kind heeft gedaan, waardoor hun kind niet op de school van hun eerste keuze kan blijven. Sommige ouders zien daarin achterstelling van hun kind. Dat herinnert hen er soms aan dat hun eigen schooltijd ook niet plezierig was.

Kant van de school

Sommige directeuren van scholen vinden het lastig om de ouders te vertellen waar hun kind staat. Wat wel goed gaat, is niet moeilijk te beschrijven, maar wat er slecht gaat, dat vinden ze lastig. School verwacht dat een ouder boos wordt. Soms zijn de leerkracht en de directie te voorzichtig in hun benadering van de ouders. Ze zijn terughoudend in het noemen van man en paard.  Een ouder kan er hoop uit putten als juist de positieve ontwikkeling van het kind wordt benoemd, terwijl het negatieve onderbelicht blijft. Resultaat kan zijn dat als de achterblijvende ontwikkeling van een leerling op bepaalde fronten niet duidelijk wordt benoemd, de ouders een vertekend beeld krijgen van de leersituatie van hun kind. Ouders kunnen dan denken: ‘Wacht maar, het komt wel goed. Een half jaar bijles en de achterstand is zo ingelopen…’

Conflict

Soms is de situatie tussen ouders en school zo erg uit de hand gelopen, dat een mediator wordt ingeschakeld. Ouders hebben geen vertrouwen meer in de school. De school kan in de gesprekken die zij hebben gevoerd met de ouders zoveel boosheid over zich heen hebben gekregen, dat zij verkrampt reageren als de ouders de school betreden. Dat verkrampt de relatie tussen de ouders en de school. Die verkramping maakt een volgend gesprek steeds moeilijker.

Mediation tussen ouders en school in dit soort conflicten

Idealiter zijn er twee mediators: een mediator die het gesprek leidt en een tweede mediator die pedagogisch geschoold is en snapt hoe leerlingen leren. Die snapt hoe je leerlingen die in het reguliere onderwijs zijn vastgelopen kan helpen en hoe als school  vaststelt welk onderwijs voor een leerling het beste werkt.

In eerste instantie spreken de beide mediators met de school apart (individuele  vertrouwelijke intake) en horen zij wat de bevindingen zijn van de school en wat zij wensen te bereiken in de mediation.

Daarna spreken de mediators met de ouders (individuele, vertrouwelijke intake). De ouders kunnen veel boosheid laten zien, jegens de school. Soms hebben de ouders een heel ander beeld van de ontwikkeling van hun kind dan de school. De mediators bevragen de ouders, vragen inzicht in de beoordelingen van het kind, vragen wat de ouders als onderwijsperspectief zien.

In de daarop volgende mediationgesprekken met de school en de ouders gezamenlijk worden afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over de individuele ondersteuning van de leerling en het traject. Hierin worden evaluatiemomenten afgesproken. Ook wordt afgesproken hoe de school en ouders onderling zullen communiceren gedurende de mediation. Heel feitelijk: wanneer, met wie en hoe laat. De mediator bevestigt deze afspraken aan ouders en de school. Op deze afspraken kunnen de school en de ouders teruggrijpen als het moeilijk wordt.

Omdat in de relatie school-ouders het onderlinge vertrouwen laag is, is het nauwgezet uitvoeren van de gemaakte afspraken van groot belang. Door het stipt uitvoeren van de afspraken kan aan herstel van vertrouwen worden gebouwd.

In deze casus komt na een paar weken het moment dat het niet meer gaat. De leerling blijft weg van de individuele ondersteuning door school. De ouders dekken dit verzuim toe, zeggen dat hun kind ziek is. De school ziet dan de noodzaak om op te treden.

In een volgend mediationgesprek nemen, naast de school en de ouders, ook de remedial teacher en het samenwerkingsverband deel. De mediators zien dat de ouders hulp nodig hebben om de juiste vragen te stellen aan de school en om de informatie die de school geeft, te vertalen, om zo te begrijpen wat de gedeelde  informatie zegt over de ontwikkelingsstappen van hun kind en over zijn onderwijsperspectief. De pedagogisch geschoolde mediator besluit te stoppen als mediator in deze casus. Zij neemt de rol van adviseur van de ouders in. De school en de ouders stemmen hiermee in.

Aan tafel wordt het probleem klip en klaar: de ondersteuning helpt de leerling niet voldoende, de school is handelingsverlegen, de school kan deze leerling niet het onderwijs geven dat hij nodig heeft. De ouders en hun adviseur vragen aan de school en het samenwerkingsverband welk niveau het kind kan bereiken als het naar een andere basisschool gaat. Nu pas wordt de situatie bij de ouders duidelijk: hun kind kan niet op deze school blijven. Dat is een grote schok en een grote teleurstelling voor de ouders. De ouders zijn boos en verdrietig. De moeder huilt. De vader praat in scherpe bewoordingen tegen de school en de ondersteuners.

De mediation wordt geschorst. De ouders spreken in een aparte ruimte met hun adviseur. De adviseur helpt de ouders hun zorg te omschrijven. Ze adviseert de ouders over de verschillende opties. Ze bespreekt met de ouders de alternatieven. Ze bespreekt de wijze waarop de ouders weer het heft in eigen handen kunnen nemen.

Na de schorsing komt iedereen weer terug aan de mediationtafel. De ouders laten de school weten zelf een nieuwe school voor hun kind te gaan zoeken. De school en het samenwerkingsverband blijven in gesprek met de ouders om hen te faciliteren als zij daarom vragen. De individuele ondersteuning van de leerling wordt voortgezet.

Hoe loopt het af?

De ouders hebben een nieuwe school gevonden voor hun kind. Het kind kan daar meteen terecht. Het samenwerkingsverband verlengt de intensieve individuele ondersteuning tot aan de volgende zomervakantie. Hierdoor heeft de leerling continuïteit in zijn ondersteuning.

Dit praktijkgeval uit het onderwijs laat zien hoe bejegening verschil kan maken bij het oplossen van een verschil van inzicht tussen ouders en school. De mediators zijn blijven investeren in verbinding, in het luisteren naar de zorg van ouders en het luisteren naar de mogelijkheden die de school ziet. Deze verbinding heeft bijgedragen aan een situatie waarin de ouders en de school een oplossing hebben gevonden voor waar een leerling het beste zijn scholing kan vervolgen.

Ellen Domburg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *